‘Ik investeer liever in mensen dan in stenen’

EO Visie nr 12

Kerkgebouwen  - investeren in stenen of niet?

 

‘Ik investeer liever in mensen dan in stenen’

 

Is een nieuw kerkgebouw neerzetten miljoenen euro’s waard? In een zoektocht naar het antwoord op die vraag kwam een nog spannender vraag langszij: wat blijft er van je kerkgemeenschap over als het gebouw afbrandt?

 

Begin 2015 gebeurt er in Utrecht iets – op het eerste oog – merkwaardigs. De ChristenUnie, toch een partij die opkomt voor onze belangen, bepleitte een bouwstop voor kerken. Laat geloofsgemeenschappen met verhuisplannen maar een bestaande, lege kerk opzoeken. Bovendien gebeurt het volgens de partij te vaak dat aan de rand van dorpen gigantische kerkgebouwen worden neergezet, terwijl de dorpskerk in het centrum verpietert. Logisch, want in het centrum betalen kerken de hoofdprijs. Maar hoe missionair kun je in een buitenwijk of op een industrieterrein als kerkelijke gemeente nog zijn? En hoe verantwoord en effectief is het om zo’n miljoenengebouw uit de grond te stampen? Van dat geld kun je ook een nieuw orgel, drie combo’s met de allernieuwste muziekinstrumenten, vijf kerkelijk werkers én drie jaar lang koffie met koek betalen…

 

7 dagen per week geopend

Er zijn gemeenschappen die een nieuwe megakerk onvermijdelijk vinden. Zo heeft de groeiende gereformeerde gemeente in Yerseke bouwplannen voor een ‘monsterkerk’ met tweeduizend zitplaatsen en een koperen torenspits van vijftig meter hoog. Dat moet wel, vinden ze, want ze vormen ‘een hechte gemeenschap van relatief grote gezinnen’, jongeren blijven in het vissersdorp wonen en het verenigingsleven bloeit. Het enige wat niet groeit, is de waardering van sommige dorpelingen voor de geloofsgemeenschap. Zij vrezen verkeersoverlast en raken hun weidse uitzicht kwijt.  

Ook zijn er kerkgenootschappen die een groter jasje hebben aangetrokken juist met het oog opde buitenwacht. Een letterlijk lichtend voorbeeld hiervan is de Christelijke gemeente De Wegwijzer in Almere Buiten: zij plaatsten een groot kruis met LED-verlichting op hun nieuwe, aan de hoofdweg gelegen kerkgebouw. Het moest van de gemeente een blikvanger worden, duidelijk herkenbaar als kerk. Voorganger André Meulmeester noemt het gebouw dat zeven dagen per week open is nadrukkelijk ‘een missiecentrum’. Was het dit niet geweest, dan had hij de kostprijs á 2,3 miljoen onverantwoord gevonden. “Grote raampartijen doen ons beseffen dat wat we binnen bespreken relevant moet zijn voor de straat tien meter verderop. Bij de ingang tref je een restaurant, verderop onder andere de kiosk, een DHL-punt, een stiltecentrum, een jongerencentrum, een inloopcentrum en een loopbaanbegeleidingskantoor. Er ontstonden zoveel activiteiten dat de huur te hoog werd. Als kerk hoef je niet in een schuurtje zitten, maar tegelijk mag het geen euro te veel kosten. Op de gemeentevergadering stemden twee gemeenteleden blanco en één tegen, de rest was akkoord. Juist omdat je uitlegt dat je met het gebouw je missie faciliteert, zien mensen de noodzaak ervan.”

Overigens zit God niet in het gebouw, maar in mensenharten, besluit Meulmeester. “Zonder dit gebouw zou ik op de rand van de zandbak staan en hetzelfde evangelie brengen en dezelfde activiteiten ontplooien, maar ik dank God dat we een dakje boven ons hoofd hebben. Een mooi dakje, maar het zou zijn waarde verliezen als we ons niet naar buiten zouden richten.”

 

Ideale kerkzaal

Dirk de Bree, missionair PKN-predikant in Nieuwegein, gelooft dat een nieuw kerkgebouw zowel nuttig als belemmerend kan zijn. “Als je in een buurthuis bijeenkomt, integreer je makkelijker, het kost weinig, maar je bent ook minder zichtbaar. Een kerkgebouw is herkenbaar, en in het Oude Testament werd God altijd in de tempel aanbeden. Tegelijk is Jezus volgens Johannes 2 de nieuwe tempel en kun je Jezus nu overal aanbidden. Uiteindelijk is de kerkelijke ruimte essentieel, het kan een plek zijn waar hemel en aarde elkaar raken. Onze Alpha-avonden sluit ik bewust af in ons oude kerkgebouw, met een kaars, gebed en stilte. Ook niet-kerkgangers waarderen dat enorm, de ruimte doet iets met mensen. Het is maar de vraag of dat met hippe nieuwbouw ook lukt.” 

De ideale kerkzaal straalt volgens De Bree rust uit zodat je vanzelf naar binnen keert. “Ik zou gaan voor eenvoud, met enkele symbolische verwijzingen; in gotische kerken kijk je vanzelf naar boven. Dat kan iets van intimiteit met God uitdrukken. Over vijftig jaar zijn godshuizen misschien de enige plek waar mensen God nog ontmoeten. Die plekken moeten er dan wel zijn.”

Al het geld is van de Heer, zegt de predikant. Als een kerk dat biddend inzet voor een gebouw, ziet hij geen probleem. “Tegelijk is het schrijnend dat orgels voor tonnen worden gerenoveerd terwijl men mekkert over kleine bedragen voor de Voedselbank.”

 

Kerken tekort

Tot 2025 worden naar verwachting tussen de 1700 en 2000 kerken in Nederland niet meer gebruikt voor de eredienst. Ontwikkelaars proberen dan een andere bestemming voor deze kerken te vinden. Mickey Bosschert van Reliplan is zo’n ontwikkelaar. “We vragen eerst wat de verkoper wil. Daarna kijken we of er een passend christelijk genootschap is geïnteresseerd. In een klein dorp kijken we wat er nodig is, zoals een huisartsenpost. Kerkgemeenschappen zijn vaak bereid een stevig bedrag neer te leggen voor een gebouw. Voor een nieuw gebouw moet je een bouwvergunning aanvragen, grond kopen en een plan ontwikkelen. Dan ben je zo anderhalf miljoen verder. Bovendien kan het jaren duren om bestemmingsplannen te wijzigen.” 
Bosschert hoort vaak dat kerken leeglopen, maar Reliplan komt kerken tekort. “Er liggen veertig aanvragen in Amsterdam, tachtig in de regio Rotterdam en er zijn veertien gegadigden voor een grote kerk in Den Haag. Toen wij 25 jaar geleden begonnen, gingen kerken nog weleens voor een gulden van de hand, tegenwoordig allang niet meer. Er zijn 120 verschillende kerkgenootschappen waarvan het aantal toeneemt, en die zoeken allemaal onderdak. Arbeidsmigranten, de Syrisch-orthodoxen, de Egyptisch-koptischen, de sikhs, ga maar door. Denk overigens niet dat die kleine kerken nooit vermogend zijn; de Filipijnen betalen hun kerk contact. Tegelijk zijn er explosief groeiende kerkgenootschappen zoals bepaalde evangelische kerken en gereformeerde gemeenten die nooit hoeven te verhuizen, die bouwen gewoon iets nieuws. Op die laatsten na krimpen de traditionele kerken iets, en de katholieken enorm. De gemeentelijke overheden gooien weleens roet in het eten, zoals recent in Amsterdam-Zuidoost. Ze waren in het structuurplan religie even vergeten, terwijl daar tachtig kerkgenootschappen zitten.”

 

Niet profileren als kerk
Grote evangelische kerken als DoorBrekers in Barneveld en De Basis in Apeldoorn profileren zich bewust niet als kerk. Een communicatiemedewerker van DoorBrekers vertelt dat in hun ‘evenementencentrum’ Midden Nederland Hallen niets lijkt op een kerk, omdat de kerk – naast giften – op nieuwe manieren geld wil verdienen. Bedrijven kunnen er meetings houden, zoals Bol.com vandaag. Verder wil de kerk niet over het gebouw praten, om niet alsnog de indruk te wekken dat het gebouw een kerk zou zijn.

Arjen Jilsink van De Basis is verantwoordelijk voor de nieuwbouw van hun gebouw, drie jaar geleden. Kosten: drie miljoen. Hij vond een investeerder die een multifunctioneel gebouw heeft ontworpen. “Letterlijk in het middelpunt van de gemeente Apeldoorn. Die locatie hangt samen met onze missie: Apeldoorn bereiken met het evangelie en helpen discipel te zijn. Het gebouw moest de hele week open kunnen zijn, voor bijvoorbeeld verhuur aan andere gemeenten, personeelsfeesten, congressen en concerten. Bestaande gebouwen waren hiervoor niet geschikt. We betaalden vijftig tot honderdduizend euro aan huur per jaar, kopen bleek aantrekkelijker. Of die investering niet naar de zending had gekund? Wij doen niet aan zendingswerk, we zijn allemaal zendingswerker.”  

 

Kerkgebouw verboden

Rudolf Setz, kerkelijk pionier en directeur van Nederland Zoekt, heeft weleens het idee dat mensen een ‘tempel’ willen bouwen met het idee: de rest komt vanzelf. Hij gelooft dat je missionair krachtiger bent als je vanuit thuis en de wijk opereert. “Dan heb je geen gebouw nodig om mensen uit de buurt aan te trekken. De eerste gemeenten waar Handelingen over spreekt, hadden twee bouwstenen: een tempel én een huishouden waar ze dagelijks samenkwamen. Wij gaan met Nederland Zoekt uit van het individu: hoe kan jij met Jezus leven? Jezus had drie intieme vrienden en twaalf discipelen, dat is al kerk-zijn! Het begint niet in de kerk, maar bij individuen die als leerling van Jezus willen leven. Daar wil onze stichting bij helpen.”

Setz vraagt zich hardop af of je moet willen investeren in een kerkgebouw. “Stel dat je gebouw afbrandt: wat blijft er dan over van de gemeente? Bovendien: in Iran mág je niet eens een nieuw gebouw neerzetten; toch groeit de kerk daar als kool. Ze komen in kleine groepjes thuis samen en nodigen daar vrienden bij uit. Daarom geloof ik dat zo’n cellenstructuur uiteindelijk overblijft. Ik investeer liever in mensen dan in stenen. Die mensen stellen dan hun huis en leven open. Mijn verlangen is dat een kerk dát faciliteert.”  

 

Streamers:

 

‘Orgels worden voor tonnen gerenoveerd terwijl men mekkert over kleine bedragen voor de Voedselbank’

 

‘Ik investeer liever in mensen dan in stenen’

 

Tekst: Wilfred Hermans

Beeld:

Terug naar overzicht

Contact

Reliplan  -  Buiksloterdijk 240  -  1025 WE Amsterdam
Tel: 020 636 58 89  -  E-mail: info@reliplan.nl


Volg ons